Toen ik een goede vriendin eens vroeg of het krijgen van drie kinderen haar leven nou eigenlijk beter had gemaakt, antwoorde ze simpelweg: “Het geeft me meer om van te houden.” Ik kon goed invoelen wat ze bedoelde, maar een kinderwens heb ik desalniettemin nooit gehad. Wat ik wel graag zou willen hebben, en dat klinkt misschien wat gek, is een grote liefde voor een onderwerp.


Geschreven voor de essaycursus van de Schrijversvakschool Amsterdam


Zo zijn sommige mensen bijvoorbeeld echte liefhebbers van treinen. Mannen zoals mijn oom Eef (of er ook vrouwelijke treinfanaten zijn weet ik eigenlijk niet). Mijn broertjes en ik gingen vroeger ieder jaar wel een keer bij hem en tante Ans logeren. Een zwijgzame, vriendelijke man was het, vlak voor de oorlog geboren ergens op een boerderij in Groningen en hovenier van beroep. In zijn vrije tijd was hij druk met zijn modelspoorbaan, die in een apart kamertje stond waar wij kinderen niet mochten komen. Door de kier van de deur kon je hem wel eens bezig zien. Een grote vent met bakkebaarden en een walrussnor, op zijn hoofd een conducteurspet, helemaal in zijn element.

“Tsjonge, jonge, die Ilse heeft weer veel vertraging gehad deze week,” zei hij twee jaar terug eens tussen neus en lippen door tegen mijn moeder. Op een familiefeestje had hij opgevangen dat ik voor het werk tegenwoordig dagelijks met de Intercity Direct tussen Breda en Amsterdam reis. Sindsdien had deze hogesnelheidstrein – in de volksmond inmiddels ook wel Intercity Defect genoemd – zijn bijzondere aandacht.

Eerder dit jaar begroeven we oom Eef. Tijdens de uitvaartdienst stond voor zijn kist een modeltrein, in de welbekende blauw-gele kleuren van de NS. Eigenlijk was oom Eef gelukkig getrouwd met zijn treinen, mijmerde ik, een serieuze ‘second love’ waar tante Ans geen probleem mee had. Treinen waren hem levenslang blijven fascineren. Daarmee had hij iets gemeen met een heel ander slag mensen: wetenschappers. Wiskundige Hendrik Lenstra, inmiddels de pensionleeftijd gepasseerd, is gegrepen door algoritmes. Hij loste als jongetje al graag de puzzels op die zijn vader, een wiskundeleraar, hem gaf. Bioloog Freek Vonk was als kind al in de weer met reptielen. Als hij ooit komt te overlijden, staat er ongetwijfeld een terrarium met slangen op de kist.

Een tijdje heb ik aan diverse universiteiten rondgelopen als beginnend onderzoeker die een loopbaan in de wetenschap ambieerde. Uiteindelijk ontbrak het mij aan de toewijding die ik bij collega’s waarnam, die bijna geobsedeerde focus die je nodig hebt om echt verder te komen met een onderwerp. Dat ik eerder een opleiding Techniek en Maatschappij en daarna een studie Filosofie achter de rug had, was misschien al een teken aan de wand. Mij interesseert veel, maar het interesseert me nooit heel lang.

Onlangs ontdekte ik het online platform Coursera, waar je digitaal vakken kunt volgen bij universiteiten over de hele wereld. Als intellectuele ‘alleseter’ klikte ik likkebaardend door de catalogus. “Buddhism and Modern Psychology” – klinkt boeiend. “Introduction to Mathematical Thinking” – ook heel aantrekkelijk. Coursera is eigenlijk een soort dating-site voor mogelijk levenslange fascinaties.

Voor liefde lijkt een bepaalde bestaansduur op de een of andere manier een criterium te zijn. Als het maar heel kort duurt, wordt het ineens een kalverliefde genoemd (als we nog jong zijn), of een bevlieging of lust (als we ouder zijn). Laatst las ik in een tijdschrift een serie interviews met hoogbejaarde stellen. Ook al waren ze zo’n 60 jaar bij elkaar, ze spraken nog met grote warmte over elkaar en de relatie. Ze waren elkaar niet gaan vervelen. Dat is echte liefde, dacht ik.

Wellicht kun je ook niet van fascinatie spreken als je affectie voor een onderwerp niet lang, misschien wel levenslang, beklijft. En net zoals ‘wisselende contacten’ (zoals de GGD dat eufemistisch noemt)  op den duur toch niet helemaal bevredigend zijn, zo zijn wisselende interesses dat misschien ook niet. Helaas, net als een grote liefde kan je levenslange fascinatie niet afdwingen. Ik zal me er bij moeten neerleggen dat niets me bekoort zoals algoritmes Hendrik Lenstra. Of reptielen Freek Vonk. Of treinen oom Eef. Geen idee wat er op mijn begrafenis tentoongesteld gaat worden.