minor journalistiek (2006) geschreven heb voor het vak Journalistieke Vaardigheden. Context bij het artikel: Het is bedoeld voor publicatie in Delta, universiteitsblad van de TU Delft. Het idee is dat er elders in Delta al een nieuwsbericht staat over de oprichting van het nieuwe centrum. Dit interview zou dan als follow-up of achtergrondartikel dienen bij dat nieuwsbericht." />

3TU.Ethics directeur Van den Hoven: “Nederland is gidsland in ethiek en techniek”

Interview, Minor journalistiek

Nieuw 3TU-centrum wil ontwerpgerichte ethiek

“Onze intentie is om heel dicht bij de technologie te blijven”, stelt prof. dr. Jeroen van den Hoven, de kersverse wetenschappelijk directeur van het nieuwste ‘centre of excellence’ van de drie TU’s. Weloverwogen licht hij tijdens een interview de plannen voor het ‘3TU.Centre for Ethics and Technology’ toe aan Delta. Zijn uitleg is doorspekt met Engelse woorden.


Dit is een interview dat ik tijdens mijn minor journalistiek (2006) geschreven heb voor het vak Journalistieke Vaardigheden. Context bij het artikel: Het is bedoeld voor publicatie in Delta, universiteitsblad van de TU Delft. Het idee is dat er elders in Delta al een nieuwsbericht staat over de oprichting van het nieuwe centrum. Dit interview zou dan als follow-up of achtergrondartikel dienen bij dat nieuwsbericht.


Gezamenlijk promotieonderzoek wordt het “vehicle” voor de samenwerking met de andere 3TU-centra. De kosten gaan “fifty-fifty” gedeeld worden. Ze moeten, benadrukt Van den Hoven, het ethisch onderzoek dus niet alleen interessant vinden, maar ook belangrijk genoeg om voor te betalen. Het streven is een PhD-programma met internationale allure, in samenwerking met diverse buitenlandse universiteiten en instituten.

Kritische massa

Dat de TU’s van Eindhoven, Delft en Twente heel hoog scoorden in de recente onderzoeksvisitatie filosofie – de aanleiding voor de oprichting van het centrum – is natuurlijk mooi. Belangrijker is volgens de wetenschapper wat de visitatiecommissie in haar voorwoord zegt: De Nederlandse filosofie doet het best aardig, maar is in twee deelgebieden zelfs internationaal leidend. Ten eerste in de geschiedenis van de Nederlandse wijsbegeerte (“waar anders, in Denemarken?“) en ten tweede in de filosofie van de techniek. “Nederland is gidsland in ethiek en techniek”, interpreteert Van den Hoven het visitatierapport met trots.

Wat maakt Nederland dan zo uniek op dit terrein? “Het feit dat we het doen en de schaal waarop”, is het onverwachte, korte antwoord. In het buitenland zijn het vooral “eenpitters” die zich er mee bezig houden, terwijl Nederland een kritische massa heeft van dertig senior onderzoekers. Helaas is technologie nog nauwelijks terug te vinden in de vijf wetenschappelijke toptijdschriften over ethiek. Is dat niet vreemd, gezien de grote maatschappelijke impact van technologische ontwikkelingen en de vele ethische vraagstukken die daar aan kleven? Van den Hoven kan dat alleen maar beamen. “Maar het zal niet de eerste keer zijn dat iets in de echte wereld aan filosofen ontgaan is.”

Het nieuwe ethiekcentrum staat juist midden in de wereld, door input te leveren voor het publieke debat en voor besluitvorming bij bedrijfsleven en overheid. Dat is ook de reden dat vestiging op de Campus Den Haag overwogen wordt. “Want daar gebeurt het” volgens Van den Hoven. Hij streeft naar een goede werkverdeling met het Haagse Rathenau Instituut, de spil in het maatschappelijk debat over wetenschap en ethiek. Zijn centrum zal zich meer richten op het aanleveren van relevant onderzoek. “Al gaan we de communicatieve kant natuurlijk niet uit de weg.”

Moreel dilemma

Een betere verbinding met ethische theorievorming is wat het centrum gaat toevoegen aan het huidige onderzoek. Tot nu toe werd er altijd heel praktisch vanuit de technische disciplines gewerkt, omdat dat binnen de drie TU’s de benodigde “licence to operate” verschaft. Die aansluiting bij het werk van ingenieurs zal niet verdwijnen, maar daarnaast wordt het mogelijk om te onderzoeken welke gevolgen technologie heeft voor het nadenken over morele fenomenen.

Traditioneel gaat ethiek volgens Van den Hoven bijvoorbeeld te veel uit van de enkeling. Neem de medische ethiek. “Een dokter komt bij het bed van een patiënt. Wat moet hij doen? Wel of niet een spuitje geven?”, schetst hij een klassiek moreel dilemma. Maar tegenwoordig is de medische handelingscontext heel hightech geworden. De personen die de operatiekamer inrichten, bepalen welke handelingsalternatieven de dokter heeft. De medische apparatuur werkt beperkend. “Dus”, concludeert Van den Hoven, “als je een ethische analyse wilt geven, moet je niet kijken naar A en B, maar naar de condities die er voor zorgen dat er alleen A en B te kiezen valt.”

Ontwerpgericht en anticiperend

Het toeschrijven van verantwoordelijkheid en “duties” in complexe sociotechnische systemen is problematisch, constateert Van den Hoven. Dergelijke systemen kunnen leiden tot ongelukken met hoge kosten en veel slachtoffers. Als voorbeeld noemt hij het ongeluk met de spaceshuttle Challenger, of meer recent de Schipholbrand. Hoe kun je met alle betrokken instanties komen tot een transparant ontwerp, zodanig dat verantwoordelijkheidsvragen goed beantwoordbaar zijn? Nu is het antwoord te vaak een verassende uitkomst achteraf, meent de hoogleraar ethiek en techniek. “We gaan ingenieurs lastigvallen met de vraag of ze in eigen onderzoek dit soort ethische problemen vroegtijdig onderkennen en of er misschien ontwerpoplossingen zijn.” Daarvoor heb je echter wel vanaf het begin een passende notie van verantwoordelijkheid nodig.

Wat is voor Van den Hoven persoonlijk de grootste uitdaging in zijn nieuwe functie? In zijn reactie klinkt ambitie door. Ethiek, zo vat hij samen, beschouwt technologie tot nu toe als een “black box” en is vooral “after the fact” bezig. Van den Hoven ziet toekomst voor een ethiek die daarentegen ontwerpgericht en anticiperend is. “Ik wil bewijzen dat dat dé manier is om ethiek te bedrijven in de 21ste eeuw.”